Category Archives: Uncategorized

Vier Kourous-beelden ontdekt in Centraal-Griekenland

Archeologen hebben bij Atalanti, in Centraal-Griekenland, vier kourosbeelden opgegraven. Ze werden op het spoor gezet door een boer die tijdens het bewerken van zijn land op de romp van een beeld stuitte. Hij informeerde de autoriteiten, die een team archeologen inschakelden om nader onderzoek te doen.

Foto: Grieks ministerie van CultuurFoto: Grieks ministerie van CultuurDe kalkstenen kouroi waren niet meer intact, de gevonden delen varieerden in hoogte van 0,86 meter tot 1,22 meter. Ook legden de archeologen een deel van een basis voor een standbeeld bloot.

Naakte jongeman

Een kouros is een vrijstaande oude Griekse sculptuur van een naakte jonge man. In het Oudgrieks betekent kouros ‘jeugd / jongen, vooral van nobele rang’. De beelden verschenen voor het eerst in de archaïsche periode (± 800 tot 480 voor Christus).

Bij verder onderzoek van het stuk grond waar de kouroi werden gevonden, vonden de archeologen in diepere bodemlagen ook nog een oude begraafplaats. Tot dusver zijn zeven graven ontdekt. De graven lijken te zijn gebruikt van de vijfde tot de tweede eeuw voor Christus. Waarschijnlijk behoorde de begraafplaats tot de oude stad Opus. Opus is de oude naam van Atalanti, en vermoedelijk een van de oudste steden in Griekenland.

~ Natascha Neef – Parakalo

Overzicht van boeken over de Oude Grieken en Oud Griekenland

  • Griekenland
  • Parakalo

Bron

Geboortehuis van Rembrandt virtueel nagebouwd

Meesterschilder Rembrandt van Rijn werd in 1606 in Leiden geboren. Veel delen van het oude Leiden zijn bewaard gebleven, maar het huis waar de kunstenaar voor het eerst het levenslicht zag bestaat niet meer. Dankzij een virtuele reconstructie is dit geboortehuis nu toch te bekijken.

Bouwhistorici van Erfgoed Leiden en Omstreken werkten voor de reconstructie nauw samen met historisch reconstructie-kunstenaar Matthijs de Rijk. Het project begon met het verzamelen van alle relevante beschikbare gegevens. Naast archiefonderzoek werd gezocht naar kaartmateriaal, tekeningen, schilderijen, historische foto’s, bouwhistorische en archeologische data. Met name het “straetbouc” van Van Dulmanhorst en Dou uit 1588-1597, de vogelvlucht kaarten van Bast uit 1600 en Blaeu uit 1633 uit de collectie van Erfgoed Leiden bleken waardevol.

Het geboortehuis van Rembrandt bestond uit twee huizen parallel aan de Weddesteeg met een aanbouw en een huisje in de tuin. De compositie van het interieur is ook gebaseerd op bouwhistorische onderzoek in Leiden samen met vergelijkbare interieurs uit de zeventiende eeuw en historische schilderingen en prenten.

Impressie van het geboortehuis van Rembrandt:

Meer informatie over het project: www.erfgoedleiden.nl/rembrandt
Bekijk ook: Zo groeide Amsterdam in de Gouden Eeuw (animatie)
Overzicht van Boeken over Rembrandt van Rijn
Boek: Het spel van licht en donker – Roman over de jonge Rembrandt

  • Rembrandt van Rijn

Bron

Deel oude stadsmuur Doetinchem gevonden

In Doetinchem hebben archeologen eind vorige week resten van de oude stadsmuur gevonden. De ontdekking is gedaan aan de Terborgseweg. Gemeente en deskundigen onderzoeken de stadsmuur momenteel en bekijken op welke wijze deze behouden kan worden.

Deel van de oude stadsmuur (Gemeente Doetinchem)Deel van de oude stadsmuur (Gemeente Doetinchem)Het gevonden deel van de stadsmuur is waarschijnlijk onderdeel van de oude buitenpoort van de verdedigingswerken van Doetinchem. Het is één van de vier poorten die Doetinchem vroeger had rondom de stad. De archeologen krijgen deze week ruim tijd om de stadsmuur vrij te graven en verder onderzoek te verrichten. Daarbij wordt meegenomen hoe dit op een zichtbare manier behouden kan blijven voor Doetinchem.

De eerste onderzoeken wijzen volgens de gemeente uit dat de kans op behoud van de stadsmuur groot is. Een stuk riolering wordt hiervoor verlegd. Wethouder Sluiter (cultuurhistorie) is verheugd met de vondst:

“Met dit stuk stadsmuur hebben we echt een historische parel gevonden. Dit biedt ons de kans om een stukje oud-Doetinchem te laten zien. We werken er daarom graag aan mee om te kijken of en wat er nodig is om de stadsmuur zichtbaar te laten blijven voor ons en de vele generaties die volgen.”

Deel van de oude stadsmuur (Gemeente Doetinchem)Deel van de oude stadsmuur (Gemeente Doetinchem)

Bron

Nazipropaganda voor de jeugd

In Hitlers

Duitsland

werd geen propagandamiddel onbeproefd gelaten om de geestdrift onder de jeugd op te stoken. De continuïteit van het

Derde Rijk

hing immers van hen af. Die

propaganda

was succesvol: veel jongeren bleven tot het bittere einde geloven in de heilstaat die de Führer hun jarenlang had voorgehouden. Zelfs als dat ten koste van hun eigen leven ging. In het deze week te verschijnen boek

Hitlers jongste hoop

, staat historicus Gerard Groeneveld stil bij de rol van illustraties voor de jeugd binnen de nazipropaganda. Op Historiek een fragment uit zijn boek, over propagandaplaten op sigarettenpakjes.

Roken voor het rijk

Verzamelen wordt door jongeren vaak als leuk, leerzaam en spannend ervaren. Het trekt een veelzijdige wereld open, waarbij kinderen leren zoeken, snuffelen, ruilen, onderhandelen, selecteren, ordenen, conserveren, samenhang ontdekken en meer. Allemaal bezigheden waarvan de commercie, reclame en marketing al sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw handig gebruik wisten te maken. Bijvoorbeeld door massaproducten aan plaatjes te koppelen. Bij aanschaf werd een veelal kleurrijke afbeelding meegeleverd als onderdeel van een serie. Om de diverse interesses van de jeugd aan te spreken, verschenen er series over de meest uiteenlopende thema’s, zoals natuur, geografie, techniek, geschiedenis, religie, sprookjes, theater en film. De verworven plaatjes konden vervolgens in speciaal voor dat doel gedrukte albums worden geplakt. Die aanpak miste zijn doel niet. Geestdriftig sloeg de Duitse jeugd ook tijdens het interbellum aan het verzamelen.

De sigarettenindustrie hielp Hitler graag met het verspreiden van propaganda voor zijn beweging. Dit sigarettenplaatjesalbum, Deutschland erwacht!, was bijzonder succesvol. Kinderen leerden zo op een speelse manier de geschiedenis van de NSDAP kennen.De sigarettenindustrie hielp Hitler graag met het verspreiden van propaganda voor zijn beweging. Dit sigarettenplaatjesalbum, Deutschland erwacht!, was bijzonder succesvol. Kinderen leerden zo op een speelse manier de geschiedenis van de NSDAP kennen.

Sigarettenplaatjes

De tabaksindustrie had een groot aandeel in de verspreiding van die illustraties. Zo’n populair medium als een sigarettenplaatje was precies wat Goebbels nodig had om de Duitse jeugd met zijn propaganda te bereiken. Hij liet er geen gras over groeien. Al snel na de machtsovername sloegen zijn kersverse propagandaministerie en de Duitse tabaksindustrie de handen ineen en voegden aan het arsenaal onderwerpen een nieuw genre toe: het politieke sigarettenplaatjesalbum. De firma Reemtsma liep daarbij voorop. Het werd al snel een ongeëvenaard succes. Veel van de albums behaalden zelfs een oplage van meer dan een miljoen stuks, maar ook van minder succesvolle titels verschenen moeiteloos honderdduizenden exemplaren. De verzamelalbums en de plaatjes droegen zo nadrukkelijk bij aan het collectieve geheugen van de Duitse ‘volksgemeenschap’.

Een pagina uit 'Deutschland erwacht!'Een pagina uit ‘Deutschland erwacht!’Een van de bestsellers die bij de Cigaretten-Bilderdienst Hamburg-Bahrenfeld verscheen, was Deutschland erwacht! Werden, Kampf und Sieg der NSDAP (1933). De tekst was van Wilfrid Bade, aangevuld met stukken van Hitlers adjudant Julius Schaub, rijksjeugdleider Baldur von Schirach en perschef Otto Dietrich. Tekeningen en bandontwerp kwamen van SS-Obersturmführer Felix Albrecht en Hitlers lijffotograaf Heinrich Hoffmann selecteerde de foto’s. Volgens het voorwoord was het boek vooral ter lering bedoeld en moest het de daden van de Nationaalsocialistische Duitse Vrijheidsbeweging tonen, want zonder die geschiedenis waren de Führer en zijn beweging niet echt te begrijpen. Hitlers volksgemeenschap had behoefte aan een nieuwe identiteit en de door de nazi’s herschreven Duitse historie kon die leveren. Op de foto die Hoffmann koos voor het omslag marcheren gehelmde en bepakte SS-mannen met de standaarden van de SA. De spreuk op het doek, ‘Deutschland erwache’, was ontleend aan het gedicht ‘Sturm, Sturm, Sturm’ (‘Wehe dem Volk, das heute noch träumt,/ Deutschland, erwache!’) van Dietrich Eckart, die de eerste nationaalsocialistische dichter werd genoemd en aan wie Hitler het tweede deel van Mein Kampf opdroeg. Eckart werd beschouwd als een ziener, zeker toen zijn oproep met de geboorte van het Derde Rijk werkelijkheid was geworden.

Het album begint met foto’s uit de begintijd van de ‘beweging’, zoals de nationaalsocialisten hun partij graag noemden. Hitler is uiteraard alomtegenwoordig. Verder worden veel marcherende naziformaties met hun vaandels getoond. Aan het eind is een uitklapbare panoramafoto opgenomen van het grootscheepse wijdingsritueel tijdens de laatste dag van de Reichsparteitag des Sieges (1933) in Luitpoldhain. Dit enorme Neurenbergse park was de plek waar de Rijkspartijdagen plaatshadden. Het inwijden van de nazivlaggen, waarbij de bloedvlag van de nazibeweging in contact werd gebracht met de nieuwe vlag of standaard, was een vast ceremonieel onderdeel in het programma. De geschiedenis moest ook wel eens worden bijgesteld. Zo werden de foto’s van SA-chef Ernst Röhm, door Hitler uit weg geruimd tijdens de nacht van de lange messen, in 1934 uiteraard niet meer opgenomen in Deutschland erwacht!

Het is de schone schijn van het Derde Rijk die hier in de etalage staat.

De verspreiding van de propagandaplaatjes via de sigarettenindustrie werkte op twee manieren de integratie van Hitlers beweging in de hand. Ze wonnen de volksgenoten voor de ‘goede zaak’ en bezorgden de firma Reemtsma een nieuw imago. Niet langer werd de tabaksgigant gezien als een volksvijandige ‘grootkapitalist’, maar als een graag geziene supporter van de Nieuwe Orde. Beeld- en tekstregie lagen overigens volledig bij Goebbels’ Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda. Zo kregen brede lagen van de bevolking voor een gering bedrag een door de propaganda opgepoetst herinneringsalbum in handen.

Was de Führer al nadrukkelijk aanwezig in Deutschland erwacht!, drie jaar later was hij het veelbezongen middelpunt van Adolf Hitler, aus dem Leben des Führers, eveneens door Reemtsma op de markt gebracht.

‘Vandaag kent de wereld hem als schepper van de nationaalsocialistische leer en vormgever van de nationaalsocialistische staat, als baanbreker voor de nieuwe Europese ordening en als wegbereider voor de vrede en welvaart der volkeren’,

Met het album Adolf Hitler, aus dem Leben des Führers kon de jeugd met fraaie foto’s kennisnemen van Duitslands nieuwe leider.Met het album Adolf Hitler, aus dem Leben des Führers kon de jeugd met fraaie foto’s kennisnemen van Duitslands nieuwe leider.…schreef propagandaminister Goebbels in het voorwoord. Nu werd het tijd om de ‘meeslepende en fascinerende verschijning van de mens Adolf Hitler’ te laten zien. Het Duitse volk, vond Goebbels, kreeg zo de gelegenheid de Führer van dichtbij te zien en hem wat meer persoonlijk te leren kennen. Natuurlijk waren dat de zorgvuldig geselecteerde beelden van een Hitler die onvermoeibaar door Duitsland reisde in auto of vliegtuig, als de man van het volk, als vastbesloten en gedreven redenaar en ontspannen in burgerkleding thuis op de Obersalzberg, tussen zijn arbeiders, als kunstenaar, als architect, op de Autobahnen, als bevelhebber van het leger, tussen zijn jeugdige aanhangers en als leider van de nationaalsocialistische beweging. Hitler had vele gezichten, die in dit officiële sigarettenplaatjesalbum zorgvuldig werden opgenomen van ‘grootse eenvoud tot eenvoudige grootheid’.

Een eenvoudige volksgenoot

Een frappant voorbeeld van hoe gewiekst de samenstellers te werk gingen, staat linksonder op pagina 39 van het verzamelalbum. Volgens het onderschrift overhandigt een Pimpf 1 zijn Führer een brief van zijn zieke moeder. Hitler kijkt bezorgd naar de knaap en legt zijn linkerhand troostend op diens schouder. De tekst voert de emotie nog eens op. Met de foto geeft de propaganda het signaal af dat de Führer zich niet ver boven het volk verheft, maar er midden tussen staat en ook voor de eenvoudige volksgenoot benaderbaar is. De Führer is een van ons en voor de kleine Pimpf is Hitler zijn ‘kameraad’, die hem in nood kan helpen. De grote wereld helpt hier de kleine wereld.

Cover uit 'Kampf um’s Dritte Reich'. De meeste politiek getinte sigarettenplaatjesalbums verschenen kort na Hitlers machtsovername. Fabrikant Reemtsma leverde voor dit album ingekleurde plaatjes.Cover uit ‘Kampf um’s Dritte Reich’. De meeste politiek getinte sigarettenplaatjesalbums verschenen kort na Hitlers machtsovername. Fabrikant Reemtsma leverde voor dit album ingekleurde plaatjes.Het is een harmonieuze volksgemeenschap die in dit verzamelalbum wordt getoond. Er zijn geen spanningen, geen geweld, geen klassenverschillen, geen religieuze, politieke of sociale conflicten. Het is de schone schijn van het Derde Rijk die hier in de etalage staat.

Tussen beide plaatjesalbums gaf Reemtsma nog twee albums uit. In 1933 Kampf um’s Dritte Reich. Eine historische Bilderfolge en een jaar later Der Staat der Arbeit und des Friedens. Ein Jahr Regierung Adolf Hitler. De meeste van Hoffmanns foto’s werden voor deze uitgaven ingekleurd. Voor de tekst was Leopold von Schenkendorf, een SA-Sturmführer uit Berlijn verantwoordelijk.

Maar ook andere sigarettenfirma’s profiteerden van de gunstige omstandigheden. De Orientalischen Cigaretten-Compagnie ‘Rosma’ uit Bremen publiceerde in 1934 Männer im Dritten Reich, een biografisch lexicon van de mannen die op dat moment in het Derde Rijk de dienst uitmaakten. In totaal bevatte het album 250 goudomrande, gekleurde portretten. Zigarettenfabrik Kosmos uit Dresden gaf onder de titel Bild-Dokumente unserer Zeit twee verzamelalbums uit, waarvan het tweede speciaal aan de Duitse jeugd was gewijd. Das deutsche Heer im Manöver van de Cigaretten-Bilderdienst Dresden verscheen in 1936, een jaar nadat de Führer de Wehrmacht had opgericht. Het liet vooral zien hoe geweldig het Duitse leger was gemoderniseerd onder Hitlers leiding. Dit verzamelalbum probeerde dat niet via foto’s over te brengen, maar door aquarellen van kunstschilder Erich R. Döbrich, die zich in zijn carrière voornamelijk toelegde op militaire motieven.

Een nieuwe serie!

Hitlers jongste hoop - Gerard GroeneveldHitlers jongste hoop – Gerard GroeneveldDe populariteit van de albumplaatjes drong zelfs door in de Fibel2Zu Hause und in Rheinhof. In de passage ‘Pauls Serienalbum’ roept het jongetje Paul opgewonden:

‘Moeder, ik heb een nieuwe serie, alleen met plaatjes van de Führer, als hij in een vliegtuig vliegt, als hij SA-mannen begroet, als hij een redevoering houdt, hoe een klein meisje hem een bos bloemen geeft, als hij een nieuw vaandel inwijdt en als hij zich in een tuin ophoudt of bij zijn honden. Dit is mijn beste serie.’

~ Gerard Groeneveld
Tekst en beeld

Boek: Hitlers jongste hoop – Nazipropaganda voor de jeugd

Bestel dit boek bij:

Hitlers jongste hoop – Nazipropaganda voor de jeugd wordt donderdag 28 maart gepresenteerd in het Onderwijsmuseum in Dordrecht. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan historicus en publicist Chris van der Heijden.

Noten

1 – Jongste lid van de nazi-jeugdbeweging
2 – Leesboek voor schoolkinderen

Bron

De positivistische misvatting

Wat weten we over de hierboven afgebeelde “dame van Simpelveld”? Je kunt het opsommen. Ze woonde in de buurt van het Zuid-Limburgse Simpelveld, want daar is de sarcofaag gevonden. Ze droeg sieraden, want die zijn in de grafkist aangetroffen. Ze werd gecremeerd, want haar stoffelijke resten lagen daar eveneens in. Dit zijn de harde feiten.

Auguste ComteAuguste Comte

Harde feiten: dat was wat de Franse filosoof Auguste Comte aan het begin van de negentiende eeuw centraal wilde stellen in de menswetenschappen. Die harde feiten moesten dan worden verbonden in de wetmatige verbanden. Hij noemde deze aanpak “positivisme” en zo is het gekomen dat het wetmatige verklaringsmodel waarover ik vorige week schreef wordt aangeduid als “positivistisch”. Ook de nadruk op waarneembare feiten wordt aangeduid met deze uitdrukking. Wat ik opsomde in de eerste alinea zijn dan de positieve feiten over de dame van Simpelveld.

Het lijkt op het eerste gezicht verstandig vooral te kijken naar de concrete feiten, maar er zitten diverse addertjes onder het gras. Eén daarvan is dat niemand van ons ooit een oudhistorisch feit heeft gezien. Het moet worden gededuceerd uit de “neerslag”: de bronnen die erover zijn geschreven, de vondsten, eventueel de wél waarneembare gevolgen. Een feit is dus een reconstructie, wat niet wil zeggen dat je er niet op mag vertrouwen dat, pakweg, Cheops een piramide heeft laten bouwen en dat de Atheners de Perzen hebben verslagen bij Marathon.

Speculeren

Een tweede probleem is dat er meer feiten zijn geweest dan we kunnen reconstrueren. Als ik Romes Germaanse Oorlogen reconstrueer, beschik ik over enkele bronnen: Cassius Dio beschrijft de campagnes van 12, 11, 10 en 9 v.Chr., Velleius Paterculus die van 5, 6 en 10 n.Chr., en Tacitus vermeldt die van 3 v.Chr. en 14, 15 en 16 n.Chr. Pak een willekeurige historische atlas en u ziet die campagnes ook keurig afgebeeld. Lees een boek als Bosman & Lenderings De rand van het Rijk en u leest wat er in de bronnen staat, met een commentaartje erbij. Het probleem is dat er méér moet zijn gebeurd en dat we het niet weten. De fout die Bosman en ik maakten is dat we ons beperkten tot dat wat we (vrij) zeker wisten. Dat staat, met een woord van de Britse archeoloog Anthony Snodgrass, bekend als de positivistische misvatting.

Je zou minimaal ook moeten speculeren over wat niet is overgeleverd: de known unknowns. Een deel daarvan is verantwoord. Ik durf wel voor mijn rekening te nemen dat de nabestaanden van de dame van Simpelveld rijk zijn geweest, want anders kon je zo’n unieke sarcofaag niet laten maken. Ze zal ook wel in een groot landhuis hebben gewoond, waar knechten en slaven het werk deden. Haar kleren zullen niet goedkoop zijn geweest. Afgaande op de normale demografische gegevens zal ze rond haar vijftiende zijn getrouwd met een man van vijfentwintig en had ze zes kinderen, waarvan er drie moeten zijn overleden voor hun moeder.

Deze speculaties zijn verantwoord omdat we de dame van Simpelveld kunnen vergelijken met mensen uit haar eigen tijd en haar eigen omgeving. We hebben echter meer vragen. Een simpel voorbeeld: kon deze vrouw beschikken over haar eigen bezittingen? Nu wordt het lastiger. Wat we denken te weten van het Romeinse Recht is gebaseerd op het Corpus Juris, een verzameling die in de zesde eeuw is aangelegd in het vroege Byzantijnse Rijk. De juristen baseerden zich op een oudere collectie, die was samengesteld in Beiroet, nutrix legum. Die was weer gebaseerd op het recht zoals het in de vroege derde eeuw had gegolden in Italië.

Je kunt zeggen dat het Corpus Juris relevant is voor de Lage Landen omdat het beter is dan niets. Je kunt ook een vergelijking maken: deze tekst benutten voor de dame van Simpelveld is zoiets als uitspraken doen over de juridische status van pakweg Judith Leyster aan de hand van een in 1870 gemaakte samenvatting van het Italiaanse privaatrecht uit de vroege achttiende eeuw. Of om een ander voorbeeld te geven: het is zoiets als een film maken over de Friese vorst Radboud en de lacunes in je kennis te vullen met Vikingsaga’s en Griekse mythen over Amazones. Ik zou geneigd zijn dit niet te beschouwen als speculatie maar als flauwekul.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Bron

Nieuwe geschiedenisboeken, verschenen en besproken in week 13 (2019)

Wekelijks verschijnen er nieuwe geschiedenisboeken. Van lijvige studies tot publieksboeken en van naslagwerken tot historische strips. Op Historiek plaatsen we veel voorpublicaties en we bespreken zoveel mogelijk titels, maar alles bespreken is ondoenlijk. Daarom hebben we de rubriek ‘signalementen’. Hier plaatsen we wekelijks een bericht met daarin recent verschenen en besproken titels.

| Signalementen week 14 >>>

Hitlers jongste hoop - Gerard GroeneveldHitlers jongste hoop. Nazipropaganda voor de jeugd

In Hitlers Duitsland werd geen propagandamiddel onbeproefd gelaten om de geestdrift onder de jeugd op te stoken. De continuïteit van het Derde Rijk hing immers van hen af. Die propaganda was succesvol: veel jongeren bleven tot het bittere einde geloven in de heilstaat die de Fu?hrer hun jarenlang had voorgehouden. Zelfs als dat ten koste van hun eigen leven ging.
Voorpublicatie: Nazipropaganda voor de jeugd
Meer informatie / bestellen

Wahibre-em-achet en andere Grieken - Landverhuizers in de OudheidWahibre-em-achet en andere Grieken – Jona Lendering

Historicus Jona Lendering vertelt in ‘Wahibre-em-achet en andere Grieken’, het Themaboekje van de Week van Klassieken 2019, over de tienduizenden migranten in de Oudheid. De Griek Wahibre-em-achet was er daar één van. Als de inscriptie van zijn sarcofaag in het RMO in Leiden niet de namen had vermeld van zijn ouders, Alexikles en Zenodota, zou niets ons hebben doen vermoeden dat hij van Griekse afkomst was. Op hun reizen namen de migranten nieuwe ideeën mee, maar gevaarlijke ziektes werden ook via de reizende massa verspreid.
Fragment: De Oudheid, waarom?
Meer informatie / bestellen

Napoleon Inspiratie voor hedendaags management en leidinggevenNapoleon. Inspiratie voor hedendaags management en …

Zakelijk management is nauw verwant aan politiek en militair leidinggeven. Succes is het resultaat van een sterke strategie, constante evaluatie en de juiste antwoorden hierop: dit vat Napoleon Bonaparte perfect samen. Bovendien is hij voor hedendaagse leiders extra interessant omdat hij op zoveel gebieden actief is geweest: HR, marketing, financieel beleid, operationele leiding, … Napoleon-kenner en communicatieconsultant Johan Op de Beeck vertelt hoe de weergaloze successen – en ook de fouten – van Napoleon meer dan tweehonderd jaar later managers kunnen inspireren.
Bespreking: Managementlessen van Napoleon Bonaparte
Meer informatie (+ video) / bestellen

Provinciale politiekProvinciale politiek. De provincies democratisch getoetst

Maakt het iets uit op welke partij je stemt bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten? Kunnen provinciebesturen wel uitvoering geven aan de wensen van kiezers? Dat zijn cruciale vragen voor wie de democratische kwaliteit van de provincies wil bepalen. Opmerkelijk genoeg is hierover tot nu toe nauwelijks gepubliceerd. Als provincies al aandacht krijgen, dan is het bijvoorbeeld vanwege de vraag of de provinciale bestuurslaag nog moet blijven bestaan tussen gemeenten en Rijk.
Fragment: Een historische schets van het provinciaal bestuur
Bespreking: Blik op een vrijwel onbekende bestuurslaag
Meer informatie / bestellen

Marie AntoinetteMarie Antoinette. Portret van een middelmatige vrouw

Marie Antoinette (1755-1793) was de jongste dochter van keizer Frans I Stefanus en keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. Op 19 april 1770, op 14-jarige leeftijd, trouwt ze met de Franse dauphin (kroonprins), Lodewijk XVI Augustus. Stefan Zweig beschrijft wat er gebeurt in de koninklijke slaapkamer, aan het hof en in de extravagante wereld van het lustpaviljoen Trianon. Daarnaast vertelt hij nauwgezet van de gepassioneerde liefde tussen Marie Antoinette en de Zweedse graaf Hans Axel von Fersen, de revolutie, de ontsnapping naar Varennes, de gevangenis in de Conciergerie en Marie Antoinettes tragisch einde onder de guillotine.
Meer informatie / bestellen

De kinderen van PimDe kinderen van Pim – Joost Vullings

Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 verloor de lpf, de politieke partij die begin deze eeuw hard op weg was de grootste van Nederland te worden, niet alleen haar naamgever maar ook haar grote blikvanger. Plots stonden alle camera’s gericht op zijn politieke nazaten, zesentwintig lpf-Kamerleden die elkaar nauwelijks kenden. Verweesd, onervaren maar vol bravoure besloten ze het avontuur aan te gaan en mee te gaan regeren. Het bleek het startpunt van een turbulente politieke soap waar hoogoplopende onderlinge ruzies uiteindelijk leidden tot de ondergang van de partij.
Meer informatie / bestellen

Blijf hun namen noemenBlijf hun namen noemen – Simon Stranger

Een ontluisterende familiegeschiedenis in de Tweede Wereldoorlog
Het is 1941. Een doodgewone woning in Trondheim, Noorwegen, wordt in beslag genomen door de nazi’s en omgedoopt tot hoofdkwartier van de gehate Gestapo-agent Henry Oliver Rinnan. Het huis wordt bezet door de Rinnan gang, die in de kelder honderden gevangenen op gruwelijke wijze verhoort, martelt en vermoordt. Vijf jaar na de oorlog, krijgt het huis nieuwe bewoners: een jong, Joods stel met hun kinderen, die opgroeien in dezelfde kamers waarin slechts enkele jaren daarvoor nog gruwelijke taferelen plaatsvonden.
Meer informatie (+ video) / bestellen

RSC Anderlecht: 110 jaar voetbaltraditieRSC Anderlecht: 110 jaar voetbaltraditie

RSC Anderlecht is een begrip in het Belgische en Europese voetbal. De club heeft sinds de stichting in 1908 inderdaad een rijke geschiedenis opgebouwd: ze won tot nog toe 34 landstitels, negen Bekers van België en drie Europese Bekers. En ze leverde tal van spelers af van vaak internationale klasse. Dit boek brengt een up-to-date en geschiedkundig goed onderbouwd overzicht in negen chronologische delen van de clubgeschiedenis, nu in 2018 de club 110 jaar bestaat. Aan de belangrijkste spelers en bestuursleden zijn aparte kaderteksten gewijd.
Meer informatie / bestellen

 Eer tegen eerEer tegen eer – Rolf Hage

Een cultuurhistorische studie van schaking tijdens de Republiek, 1580-1795
De bekendste schaking tijdens de Republiek was die van Catharina van Orliens in 1664. Zij werd 17 maart ’s avonds op hardhandige wijze uit het huis van haar familie in Den Haag ontvoerd door Johan Diederik de Mortaigne. Deze geruchtmakende zaak is een van de 200 casussen uit de periode 1580-1795 die Rolf Hage verzamelde. Tot nu toe onderscheiden historici en juristen schaking in gewelddadige ontvoering en ‘doorgaan’, waarbij de jonge vrouw aan het vertrek meewerkte.
Meer informatie (+ video) / bestellen

Voorbij het geheugen Een familiegeschiedenisVoorbij het geheugen. Een familiegeschiedenis

Wanneer Maria Stepanova op zoek gaat naar de geschiedenis van haar joods-Russische familie stuit ze op dokters, architecten, bibliothecarissen, accountants en ingenieurs die voorbestemd waren om slachtoffer te worden van vervolging en onderdrukking. Gek genoeg overleefde iedereen de verschrikkingen van de twintigste eeuw. Stepanova’s voorouders waren stuk voor stuk onopvallende figuren die in een roerige tijd probeerden een onspectaculair leven te leiden. De zoektocht naar haar familiegeschiedenis zet Stepanova aan het denken. Wie of wat getuigt van mensen en dingen die verdwijnen? Zijn herinneringen aan het verleden eigenlijk wel te bewaren?
Meer informatie / bestellen

Meer geschiedenisboeken:

  • Koopmanszoon Michiel Heusch op Italiëreis – Marijke van der Wal
  • De republiek der vrije geesten – Peter Neumann (+ video)
  • Vergeten verzetshelden. Een onderzoek naar het onderduikershol Anloo
  • ‘Neu Turkestan’ en ‘Handschar’ aan het front – Islamitische soldaten uit de Kaukasus …
  • De aardappelcentrale. Een monumentenman op oorlogspad – Atte Jongstra (+ video)
  • Alberto Giacometti. Een modern avontuur – Sébastien Delot

| Signalementen week 14 >>>

Bron

Ruim honderd Romeinse munten gevonden in beekdal Brabantse Aa

Twee broers hebben in de winter van 2017 ruim honderd Romeinse munten gevonden in het dal van de Brabantse Aa. Dat meldt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) dat in oktober onderzoek heeft gedaan naar de bijzondere vondst.

Denarii, sestertii en assen

Gebroeders van Schaik in actie. Foto: RCE.Gebroeders van Schaik in actie. Foto: RCE.Wim en Nico van Schaijk vonden de munten in de winter van 2017 op enkele meters afstand van de Aa ter hoogte van Berlicum (gemeente Sint-Michielsgestel). Ze lagen in een zone van 50 bij 50 meter op een locatie waar de bovengrond was afgegraven voor een natuurontwikkelingsproject van waterschap Aa en Maas, ook wel het Dynamisch beekdal de Aa genoemd. Het gaat om vier zilveren denarii en 103 voornamelijk bronzen sestertii en assen.

Voorlopig onderzoek door Dr. Liesbeth Claes (Universiteit Leiden) wijst uit dat de munten geslagen zijn vanaf de regeerperiode van keizer Vespasianus (69 na Chr.) tot aan keizer Marcus Aurelius (180 na Chr.). Daarnaast is er één Republikeinse munt van de muntmeester Calpurnius (90 vr. Chr.) gevonden. Opvallend detail is dat een groot deel van de munten met een dikke korst ijzer bedekt was. Ze zijn afkomstig uit een zandlaag met zeer veel natuurlijke brokken ijzer. Dit wijst er volgens de onderzoekers op dat ze oorspronkelijk in een relatief nat gebied lagen.

Proefsleuf

In oktober heeft de Rijksdienst een proefsleuf gegraven om meer inzicht te krijgen in de oorspronkelijke context van de munten. Belangrijke vragen waar het onderzoek antwoord op moet geven zijn: waar en wanneer de munten precies zijn begraven en vooral waarom. De broers van Schaijk hebben met de metaaldetector geassisteerd en nog twee munten gevonden. In de sleuf is de insnijding van een oudere, inmiddels dichtgeraakte, beekbedding vastgesteld, waarin Romeins aardewerk is gevonden. Waarschijnlijk was hier in de Romeinse tijd al een beek en mogelijk zelfs een voorde. Een voorde is een doorwaadbare plaats van een beek of rivier.

Door de verspreiding van de munten en de relatief grote tijdsperiode van hun afkomst, lijkt het niet om een eenmalige actie te gaan. Het is waarschijnlijker dat de munten gedurende een langere periode in de nattigheid terecht zijn gekomen. Misschien deed men in de Romeinse tijd voor de oversteek een schietgebedje en offerden ze, zodra de overkant veilig bereikt was, een muntje als dank? Maar andere verklaringen zoals verlies of geloof in de goddelijke kracht van de beek worden ook niet uitgesloten.

Voorspellingen

De komende maanden worden de resultaten van het onderzoek verder uitgewerkt. Daarnaast krijgt waterschap Aa en Maas tips over hoe zij de vindplaats het beste kunnen beheren. Het onderzoek maakt volgens de RCE duidelijk hoe belangrijk het is dat vondsten door vrijwilligers en particulieren gemeld worden bij Portible Antiquities of the Netherlands (PAN). Dat is een samenwerkingsproject van de Vrije Universiteit met onder meer de Rijksdienst en NUMIS.

Overzicht van boeken over het Romeinse Rijk

Bron

Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid

Een van de grootste menselijke hartstochten is hebzucht. De laatste jaren staat deze menselijke eigenschap volop in de belangstelling. Zo doken de media bovenop de hebzucht in de bankenwereld na de financiële crisis van 2008.

Verbeelding van de hebzucht - Gravure van Jacob Matham, ca. 1587Verbeelding van de hebzucht – Gravure van Jacob Matham, ca. 1587Hebzucht is niet alleen beperkt tot de bankenwereld, zo stelt filosoof Jeroen Linssen in zijn recent verschenen boek Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid (VanTilt, 2019). Linssen, geboren in 1960, is als universitair hoofddocent sociale en politieke filosofie verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Eerder schreef hij onder meer een boek over het gedachtegoed van de geschiedfilosoof Michel Foucault, getiteld Het andere van het heden denken. Filosofie als actualiteitenanalyse bij Michel Foucault (2005).

Een historisch-filosofische speurtocht vanaf de Middeleeuwen tot nu

Sinds midden jaren 1980 doet in de westerse wereld niet alleen de bancaire sector, maar ook de gewone burger volop mee aan de graaicultuur door boven zijn stand te leven. Geld lenen, hoge hypotheken afsluiten: het kan niet op. Waar komt deze hebzucht vandaan? Is hebzucht per definitie slecht, of zitten er ook nuttige aspecten aan deze eigenschap? Geschiedenis en filosofie kunnen helpen om op deze vragen een antwoord te geven en het fenomeen hebzucht in historisch perspectief te plaatsen, aldus Linssen:

“Met een aanleiding in de actualiteit is dit boek dus voornamelijk een historisch-filosofische speurtocht. Ik ga op zoek naar de intellectuele en vooral de filosofische opvattingen over de hebzucht vanaf de elfde eeuw tot nu. Het gaat dus niet over al die lieden die in de voorbije tien eeuwen hun hebzucht hebben botgevierd. Het gaat niet om de geschiedenis van ‘het grote graaien’ zelf. (…) Het is een geschiedenis van het filosofisch denken over hebzucht. Grofweg kan men zeggen dat de filosofische reflecties zich in twee richtingen bewogen. Aan de ene kant probeerde men de hebzucht op religieuze, morele of politieke gronden in te dammen, terwijl men anderzijds, veelal op basis van economische redenen, poogde aan de hebzucht meer ruimte te geven.” (10)

Linssen begint zijn boek in de elfde eeuw, toen de economie in Europa na eeuwenlange neergang weer begon op te krabbelen en de steden opkwamen. Vanaf deze tijd namen handel en bedrijvigheid sterk toe.

Vanaf toen begonnen er ook polemieken over hebzucht. ‘De nieuwe commercie viel slecht bij de middeleeuwse christenheid’, zo stelt Linssen. Theologen als Gregorius de Grote en later Maarten Luther beriepen zich op de Bijbel om hun punt te maken: ‘Jullie kunnen niet God dienen en de Mammon’ (Mattheüs 6:24) en op de notie dat het voor rijken moeilijk is om in de hemel te komen (Lucas 18:24-25).

Maar ook baseerden schrijvers zich op Plato en Aristoteles, die beiden beweerden dat rijkdom geen doel op zich mag zijn. Goederen en geld waren volgens deze Griekse filosofen geen doel op zich, maar middelen om te kunnen leven.

Interessant is de constatering van Linssen dat diverse intellectuelen in de middeleeuwen een verschuiving hebben opgemerkt in kritische aandacht voor de zeven hoofdzonden die in de zesde eeuw door Gregorius de Grote waren benoemd. De kritiek verschoof van hoogmoed (superbia) als grootst mogelijke zonde, naar kritiek op averitia (hebzucht) als grootste der zeven hoofdzonden. Onder meer Johan Huizinga in Herfsttij der Middeleeuwen (1919) en in zijn kielzog historicus Jacques le Goff viel dit op.

Strijd tussen de geldzakken en de geldkisten, Pieter van der Heyden (Publiek Domein - wiki)Strijd tussen de geldzakken en de geldkisten, Pieter van der Heyden (Publiek Domein – wiki)

Adam Smith: interactie tussen hebzucht en hoogmoed

De ‘vader van het liberalisme’ Adam Smith, wiens gedachtegoed over hebzucht in hoofdstuk vier aan bod komt en bepalend was voor het economisch denken in de tijd van de Verlichting (de achttiende eeuw), was er juist een balans tussen het menselijk streven naar hebzucht en menselijke hoogmoed.

In Smiths optiek waren mensen hebzuchtig en streefden ze naar rijkdom om daarmee meer aanzien te krijgen. Hebzucht uit eigenbelang. In deze opvatting is er dus sprake van een wisselwerking tussen hoogmoedig gedrag en de jacht naar meer rijkdom.

Maar bij Smith is dit eigenbelang niet verkeerd. Hij begreep dat mensen een afkeer hadden van hoogmoed en ijdelheid, maar hij beklemtoonde ook de positieve aspecten van eigenbelang en hebzucht:

“Hoe zelfzuchtig de mens ook wordt geacht te zijn, er zijn onweerlegbaar enige principes in zijn natuur die hem belangstelling geven voor de voorspoed van anderen, en hun geluk ook voor hem noodzakelijk doen zijn, ook al ontleent hij daar verder niets aan behalve het genot het te mogen aanzien.” (206)

Hebzucht - Een filosofische geschiedenisHebzucht – Een filosofische geschiedenisHebzucht keurde Smith wel af, maar hij beschouwde deze negatieve variant als de hebzucht die tegen het vrijmarktdenken inging. Eigenbelang keurde hij goed, omdat dit principe economische schade en verlies kan voorkomen.

Slot

Linssen heeft een boeiend en leerzaam boek geschreven, waarin hij het morele, filosofische en politieke denken over hebzucht en eigenbelang goed in kaart brengt. We maken in het boek kennis met alle grote denker op dit gebied. Naast de al genoemde filosofen, theologen en schrijvers, komen tal van anderen aan bod. Het gedachtegoed van Johannes Calvijn, Thomas More (bekend van het boek Utopia), Bernard Mandeville, David Hume of Thomas Hobbes: Linssen blijkt van alle (economische) markten thuis te zijn. Dit boek is dan ook een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in filosofie en economie.

~ Enne Koops

Boek: Jeroen Linssen – Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid (2019)

Bestel dit boek bij:

Bron

Resten 2000 jaar oude waterput gevonden bij onderzoek Ring Utrecht

Archeologen hebben naast de snelweg A27 bij Houten recent verschillende archeologische vondsten gedaan. Het gaat onder meer om potscherven, Romeinse mantelspelden, munten, een medaillon en een schoenzool. Het meest bijzondere is de vondst van een oude waterput uit de late IJzertijd met daarin een aantal houten planken. Dat meldt Rijkswaterstaat.

De opgraving vond plaats naar aanleiding van de aanpassing van de A27/A12 Ring Utrecht. De gevonden put is zorgvuldig uitgegraven en de planken zijn voorzichtig vervoerd naar het conserveringsatelier van de archeologen. Daar wordt de vondst onderzocht en worden de best geconserveerde planken bewaard voor de toekomst. Een exact jaartal aan het hout en de waterput geven is op dit moment nog niet mogelijk. Archeologen denken dat ze uit de tweede eeuw na Christus dateren.

Mogelijk maakt de Romeinse waterput nog onderdeel uit van de inheems-Romeinse nederzetting ‘Houten-Doornkade’, die in de jaren negentig aan de oostzijde van de A27 is opgegraven.

  • Utrecht
  • Waterputten

Bron

Pieter de Kempeneer (1503- ca.1580)

Pieter de Kempeneer werd in het begin van de zestiende eeuw te Brussel geboren in een kunstminnende familie van tapijtwevers. Als schilder was hij voornamelijk werkzaam in Italië en Spanje waar hij met zijn overwegend religieus geïnspireerde schilderstukken grote faam verwierf onder de naam Pedro de Campagῆa. Een kennismaking met een man die in zijn kunstwerken op meesterlijke wijze religie en geloof een plaats wist te geven binnen de toen heersende tijdsgeest.

Jeugdjaren en opleiding

Kruisiging - Pieter de Kempeneer, Louvre (Publiek Domein - wiki)Kruisiging – Pieter de Kempeneer, Louvre (Publiek Domein – wiki)Pieter’s talent voor de schilderkunst kwam al vroeg tot uiting en onder impuls van zijn vader ging hij al op jeugdige leeftijd in de leer bij Barend van Orley (ca. 1488-1541), één van de meest toonaangevende kunstschilders en ontwerpers van kartons voor wandtapijten uit het Brusselse. Na zijn schildersopleiding bij van Orley reist de Kempeneer naar Italië waar hij kennis maakt met de renaissancestijl van het ‘Cinquecento’. Hij raakt er bevriend met kardinaal Grimani, de zoon van de Doge van Venetië en kunstliefhebber die zijn mecenas en beschermheer wordt. Na de dood van Grimani reist de Kempeneer verder door naar Rome waar hij voor het eerst in aanraking komt met het werk van Rafaël (1483-1520) dat hem in zijn verder oeuvre blijvend zal beïnvloeden.

Verder weten we uit vermeldingen in onder andere het schildershandboek van Francisco Pacheco (1564-1644) en het “Groot Schilderboeck” van de Luikse kunstschilder Gerard de Lairesse (1640-1711) dat hij in 1530 meewerkte aan één van de cartouches op een triomfboog die te Bologna werd opgericht naar aanleiding van Karel V’s keizerskroning door paus Clemens VII. Het is onduidelijk hoelang en waar de Kempeneer daarna nog in Italië verbleef, wel is zeker dat hij zich enige tijd later in het Spaanse Sevilla vestigde en daar zijn naam wijzigde in Pedro de Campaῆa.

De Spaanse periode

De Kempeneer verwierf in Sevilla met zijn religieus getinte schilderstukken die vaak gekenmerkt waren door een expressief kleurenpalet algauw grote naamsbekendheid en richtte er samen met de Spaanse maniëristische kunstschilder Luis de Vargas (1502-1568) een schildersacademie op. Luis de Morales (ca. 1509-1586), bijgenaamd “El Divino” (letterlijk: ‘De godellijke’) omwille van zijn begeestering voor mystieke religieuze schilderwerken, wordt tot één van zijn bekendste leerlingen gerekend.

Verscheidene werken van de Kempeneer uit die periode zijn te bezichtigen in buitenlandse musea zoals onder meer de “Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Smarten” (Musée des Beaux Arts in Besançon), “De graflegging van Christus” (Academia Carrara in het Italiaanse Bergamo), “De bekering van Maria Magdalena” (National Gallery in Londen), “Portret van een vrouw” (Städel Museum Frankfurt am Main), “De kruisiging van Christus” (Musée du Louvre) en “De Zeven Deugden” (Museo Nacional de San Carlos in Mexico-stad).

Kruisafneming - Pieter de Kempeneer, Musée Fabre (Publiek Domein - wiki)Kruisafneming – Pieter de Kempeneer, Musée Fabre (Publiek Domein – wiki)

Zijn meest bekende realisatie, om niet te zeggen zijn ‘magnum opus’, is echter ongetwijfeld het meer dan drie meter hoge altaarstuk dat in een meesterlijk coloriet de kruisafneming van Christus voorstelt en nu in de ‘Sacristia Mayor’ van de kathedraal van Sevilla hangt. Ter parenthesis: in 1882 maakte de bekende beeldhouwer en schilder van historische en religieuze genrestukken, Constantin Meunier (1831-1905), er in opdracht van de Belgische regering een waarheidsgetrouwe copie van voor het Museum van Schone Kunsten van België in Brussel.

Een greep uit zijn verder oeuvre

Sint-Nicolaasretabel, Mezquita van Pieter de Kempeneer (CC BY-SA 3.0 es - Zarateman)Sint-Nicolaasretabel, Mezquita van Pieter de Kempeneer (CC BY-SA 3.0 es – Zarateman)Naast het schilderen op doek was de Kempeneer eveneens actief als retabelschilder. Tot zijn mooiste creaties behoren het Sint-Nicolaasretabel in de Mezquita van Córdoba en een polychroom altaarretabel vervaardigd in samenwerking met Antonio de Alfian (fl. 1539-1587) dat de “De Zuivering van de Heilige Maagd” uitbeeldt en in de “Capilla del Mariscal” van de kathedtaal in Sevilla staat opgesteld.

Laatste levensjaren in Brussel

In het najaar van 1562 keert hij terug naar zijn geboortestad waar hij voor de gerenommeerde tapijtweverij van Frans Ghieteels verschillende kartons schildert voor diens wandtapijten. Hij vervaardigt er onder meer in opdracht van abt François d’Avroult van de Gentse Sint-Pietersabdij de ontwerpen voor een tiendelige tapijtenreeks over het leven van de apostels Petrus en Paulus.

Voor een andere Brusselse tapijtenmanufactuur maakte hij de kartons voor een achtdelige reeks van wandtapijten die de Joodse opstanden verhalen tegen de Romeinse keizers Vespasianus en Titus. De volledige tapijtenreeks is te bekijken in het “Museo degli Arazzi flamminghi” in Marsala.

Aanbidding der Wijzen - Pieter de KempeneerAanbidding der Wijzen – Pieter de KempeneerDe Kempeneer zou tot aan het einde van zijn leven werkzaam blijven in Brussel. Zijn veelzijdig oeuvre maakt dat hij zonder meer kan beschouwd worden als één van de meest getalenteerde en invloedrijkste kunstschilders van zijn tijd.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Boekenrubriek: Biografieën van kunstenaars

Bron